380 Kan een econoom eigenlijk wel iets betekenen?
Ik zit rond die economen en een eventuele bijdrage aan de maatschappij met een dilemma. Stel dat er een grote groep economen opstaat en die besluit het roer om te gooien, niet meer mee te doen in die bestaande stroom publicaties in de toptijdschriften met die flauwe wiskundige spelletjes die vooral de bestaande ideologie van de vrije markt bevestigen. Hoe zouden ze dat moeten doen? Op de eerste plaats zou de formalisering en modellering van deze specifieke vraagstukken een lastige opgaaf worden. De wiskunde kan niet goed overweg met niet-lineariteiten en het bereiken van grenzen (zoals de eindigheid van de aarde). Verder is het ‘fijne’ aan marktwerking dat de prijzen de zaak tot een oplossing brengen en er evenwichten ontstaan. Nou zou je kunnen zeggen: dan werk je toch lekker zonder die wiskunde, boeiuh. Tja, dat vind ik een lastige, het alternatief van verhalende of beschrijvende economie is zeker nuttig maar zonder een verdere ‘verstrakking’ zou ik dat toch niet bevredigend vinden. En wat te doen met de nieuwe gewenste zaken zoals streven naar geluk of welzijn (ipv die eeuwige riedel van spullen, koopkrachtplaatjes), dat is niet of nauwelijks meetbaar. Je wilt toch ook niet dat economen elkaar onderling in de haren vliegen over maatschappelijke vraagstukken op een willekeurige niet wetenschappelijke wijze? Of ben ik zelf al te veel geïndoctrineerd? Economen mogen wat mij betreft de heersende paradigma’s (zoals marktruiming, flexibele prijzen, efficiënte markten) ter discussie stellen, maar de achterliggende ideologie zit veel dieper in de maatschappij en is niet per se door economen uitgevonden. Kortom: stel dat onze fictieve Martin zijn zin krijgt en economen vol goede moed aan de vraagstukken van zijn keuze gaan werken, hoe zou dat dan gaan?
Je raakt hiermee aan een subtiel maar essentieel punt dat veel discussies over “nieuwe economie” missen:
het echte vacuüm ligt niet in ideeën of verhalen (die zijn er genoeg), maar in het ontbreken van formeel, wiskundig doordachte tegenmodellen die de mainstream op haar eigen terrein uitdagen.
Laten we dat scherp structureren, in drie stappen:
🧩 1. Waarom het bijna onmogelijk is om een wiskundig alternatief te bouwen
Er zijn drie structurele redenen waarom de neoklassieke logica wiskundig dominant blijft:
| Mechanisme | Toelichting |
|---|---|
| 1. De “closed form bias” | Topjournals verkiezen modellen die analytisch oplosbaar zijn (gesloten evenwicht). Zodra een model chaotisch, path-dependent of niet-lineair wordt, verdwijnt het uit de mainstream omdat het “onbruikbaar” is voor bewijsvoering of beleid. |
| 2. De norm van elegantie | Succesvolle economen worden gewaardeerd om formele schoonheid (duidelijk evenwicht, vergelijkbare statische vergelijkingen). Systemen met grenzen en terugkoppelingen leiden juist tot “lelijke” wiskunde (complexiteit, emergentie). |
| 3. De veronderstelling van rationaliteit | Grenzen en ecologische schade zijn externe effecten in de neoklassieke taal. Om die intern te modelleren, moet je het axioma van individuele optimalisatie loslaten — en dan ben je geen econoom meer in institutionele zin. |
👉 Gevolg: bijna niemand binnen het formele veld bouwt alternatieven, niet omdat ze het niet wíllen, maar omdat het methodologisch niet kan binnen het huidige publicatie-ecosysteem.
🧠 2. Wie toch geprobeerd heeft om binnen de wiskundige logica te breken
Er zijn een paar zeldzame uitzonderingen — economen die de taal van modellen hebben behouden maar de kern hebben aangevallen.
| Econoom | Wat hij/zij deed | Waarom het uitzonderlijk is |
|---|---|---|
| Joseph Stiglitz | Ontwikkelde formele modellen van informatie-asymmetrie, waarmee hij bewees dat markten structureel inefficiënt kunnen zijn, zelfs onder rationele verwachtingen. | Breekt het ideaal van perfecte markten van binnenuit. Wiskundig robuust, Nobelprijs 2001. |
| Hyman Minsky | Wiskundige modellen van financiële instabiliteit: groei creëert fragiliteit die tot crises leidt. | Complexe dynamiek, maar grotendeels genegeerd tot 2008. Later formaliseringen door post-Keynesianen (Godley & Lavoie). |
| Wynne Godley & Marc Lavoie | Ontwikkelden Stock-Flow Consistent Models (SFC): macro-economische boekhoudmodellen die geldstromen en schulden exact volgen. | Zeldzaam empirisch én wiskundig alternatief voor DSGE-modellen; weinig prestige in toptijdschriften. |
| Steve Keen | Gebruikt niet-lineaire differentiaalvergelijkingen om schulden en instabiliteit te modelleren. | Probeert de dynamiek van Minsky formeel te maken; wiskundig sterk maar buiten mainstream (te weinig sluitvormig). |
| Alan Kirman | Pleit voor agent-based modelling: simulaties van heterogene actoren in plaats van representatieve agenten. | Wiskundige complexiteit als realisme; lastig te publiceren in traditionele journals. |
| Brian Arthur (Santa Fe Institute) | Ontwikkelde complexity economics: markten als adaptieve systemen. | Formeel én computationeel sterk; blijft echter niche, buiten standaard-onderwijs. |
| Nicholas Georgescu-Roegen | Gebruikte thermodynamische vergelijkingen om economische groei te verbinden aan entropie en energieverlies. | Een van de weinigen die ecologische limieten wiskundig formuleerde; genegeerd wegens te afwijkend. |
| Martin Weitzman (1942–2019) | Ontwierp fat tail-modellen voor klimaateconomie (catastroferisico’s). | Toonde formeel aan dat kleine kans op ramp reële beleidsimplicaties heeft. Toch overschaduwd door Nordhaus. |
| William Nordhaus (1930–) | Integreerde klimaat in een DICE-model, maar binnen de neoklassieke logica van optimalisatie. | Formeel wél mainstream; daarom paradoxaal: hij erkent grenzen, maar reduceert ze tot prijsvariabele. |
| Matheus Grasselli / Steve Keen / Dirk Bezemer (NL) | Moderne formalisering van schulden- en geldstromen met dynamische systeemtheorie. | Poging tot “nieuwe wiskundige canon” — maar nog geen doorbraak. |
👉 Slechts een handvol economen hebben de stap gezet van kritiek naar formele alternatieven.
Daarmee bevestigen ze juist jouw these: de taal van wiskunde is ideologisch ingebed.
🧭 3. Wat er wél mogelijk is — drie richtingen die hoopvol maar realistisch zijn
| Benadering | Wat ze doet | Kansen en beperkingen |
|---|---|---|
| Complexity economics (Arthur, Kirman) | Gebruikt wiskunde van niet-lineaire systemen en simulaties (emergentie). | Theoretisch rijk, maar vergt rekenkracht en levert geen “mooie” analytische oplossingen op. |
| Stock-Flow consistent modelling (Godley/Lavoie/Bezemer) | Boekhoudkundig sluitend macro-model, inclusief banken, schuld, geld. | Wiskundig transparant, maar mist elegantie en sluitvorm; te boekhoudkundig voor prestige. |
| Ecological macro-economics (Jackson, Dafermos) | Probeert grenzen en energie in macro-modellen te brengen. | Conceptueel krachtig, maar methodologisch kwetsbaar: geen standaarddata, veel aannames. |
🔄 4. Waar de vernieuwing écht vandaan zal komen
Je hebt gelijk dat het niet de economen alleen zullen zijn die het paradigma kantelen.
De doorbraak zal waarschijnlijk komen via rekenmodellen buiten de economische mainstream, zoals:
- Systeemmodellen in milieuwetenschap (bijv. Integrated Assessment Models met fysische grenzen).
- Simulaties in data science (AI, complexiteit, netwerkanalyse).
- Open source onderzoeksnetwerken (met multi-agent-modellen die publieke scenario’s doorrekenen).
In die context zullen economen achteraf weer aansluiten — precies zoals Quesnay en Smith eerder aansloten bij hun tijdsgeest van natuurwetten en orde.
✳️ 5. Conclusie
- Het ontbreken van wiskundige alternatieven is geen toeval maar systemisch ingebouwd: de taal van het vak sluit grenzen en macht uit.
- Slechts een paar economen (Stiglitz, Minsky, Godley, Keen, Weitzman) hebben geprobeerd de logica van binnenuit te breken.
- De volgende paradigmaverschuiving zal vermoedelijk niet uit de economie zelf komen, maar uit aangrenzende domeinen die beter met complexiteit en niet-lineariteit kunnen omgaan.