351 Oorlog is niet normaal
Fan ben ik van deze auteur die nog een paar fraaie werken op zijn naam heeft staan voor het grotere publiek. Nu een boek over oorlog die volgens zijn onderzoeken niet aangeboren is. Een interview in NRC van eergisteren geeft inzage in de boodschap van Van Schaik. Er is juist een aangeboren weerzin tegen geweld en het zijn de leiders die ons manipuleren tot geweld om grotere schaal te gebruiken. Zie de samenvatting in stellingen hieronder.
Een paar vragen die ik heb voordat ik het boek zelf ga lezen: ik meen me te herinneren dan Mark van Vugt, een collega van Van Schaik, hier net anders over denkt. Dus waar zitten de verschillen, als die er al zijn? En waarom organiseren wij die zo’n hekel aan geweld hebben ons dan niet meer en vaker om tegenwicht te bieden aan die manipulatieve leiders?
Nu ik dit intik herinner ik met ooit een boek van Martin van Creveld gelezen te hebben die hier heel anders naar kijkt: oorlog zou juist de norm zijn. Dus wil ik ook nog weten wat deze Van Creveld beweert en waar hij zich dan op baseert. Maar dat in apart nummertje 352.
Samenvatting van:
Hendrik Spiering (2025, 16 oktober). Carel van Schaik: “Oorlog is niet aangeboren, maar het gevolg van omstandigheden”. NRC. Gebaseerd op het boek Waarom we vrede willen maar oorlog voeren van Carel van Schaik, Kai Michel en Harald Meller. Amsterdam: Uitgeverij Balans.
Kernidee
Primatoloog en antropoloog Carel van Schaik verwerpt in zijn nieuwe boek de gedachte dat oorlog een aangeboren, genetisch bepaald verschijnsel is. Volgens hem is oorlog geen onvermijdelijk onderdeel van de menselijke natuur, maar een cultureel en sociaal verschijnsel dat pas is ontstaan onder specifieke omstandigheden — met name na de overgang van jager-verzamelaars naar landbouwers.
Belangrijkste inzichten
| Thema | Inhoudelijke samenvatting |
|---|---|
| 1. De mythe van aangeboren oorlog | Oorlog wordt vaak gezien als iets dat “altijd al zo is geweest”. Van Schaik stelt echter dat honderdduizenden jaren lang de mens in relatief vreedzame, nomadische samenlevingen leefde. Conflicten werden opgelost door overleg of door uit te wijken. |
| 2. De landbouwrevolutie als keerpunt | Met de komst van landbouw en vaste nederzettingen ontstonden hogere bevolkingsdichtheid, bezit, ongelijkheid en machtsstructuren. Dit maakte oorlog pas mogelijk en soms aantrekkelijk voor machthebbers die konden profiteren zonder zelf risico te lopen. |
| 3. Geen genetisch determinisme | Er bestaat geen gen dat mensen tot oorlog drijft. Als er al iets biologisch is, dan is het juist de weerzin om te doden. Machthebbers moeten daarom manipulatie en morele rechtvaardiging gebruiken om mensen te laten vechten (bv. “de vijand is slecht”, “we worden aangevallen”). |
| 4. Oorlog vereist manipulatie | Voor oorlog is activatie van het verdedigingsinstinct nodig: mensen vechten alleen als ze zich bedreigd voelen of moreel gerechtvaardigd. Zelfs regimes als nazi-Duitsland beriepen zich op “zelfverdediging” om oorlogen te beginnen. |
| 5. De rol van ongelijkheid | Oorlog ontstaat vooral in samenlevingen met grote ongelijkheid. Daarin is er meer “kanonnenvoer” — mensen zonder perspectief die bereid zijn risico’s te nemen. Democratieën beginnen zelden oorlogen, omdat deze niet in het algemeen belang zijn. |
| 6. Bewijs uit de prehistorie | Archeologisch bewijs toont dat er vóór ca. 13.000 jaar geleden nauwelijks massaal geweld was. Pas na de landbouw ontstaan massagraven, wapens en verdedigingswerken. Eerder waren er zelfs grootschalige ruilnetwerken (zoals het Hxaro-systeem bij de !Kung), die vrede bevorderden. |
| 7. Mens versus chimpansee | Bij chimpansees is agressie tegen vreemden instinctief. Mensen daarentegen kunnen vreemden vertrouwen, ruilen en samenwerken — een cruciaal verschil dat vrede mogelijk maakt. |
| 8. Cultuur van oorlog én vrede | Oorlog creëert culturele bijproducten zoals heldenverering en krijgersmoraal, maar ook vredesculturen (na WO II: VN, mensenrechten). Beide gedragsrepertoires zitten in ons potentieel. |
| 9. Huidige implicatie | Oorlog voorkomen betekent ongelijkheid beperken, democratie versterken, en internationale samenwerking stimuleren. Economische en politieke verwevenheid (“Wandel durch Handel”) blijft volgens Van Schaik een verstandige strategie. |
Centrale stelling
Oorlog is geen onvermijdelijk biologisch lot, maar een sociaal verschijnsel dat pas ontstaat onder specifieke omstandigheden zoals ongelijkheid, macht en territoriale fixatie.
Mensen zijn evolutionair beter uitgerust voor samenwerking dan voor strijd.
Korte evaluatie
Van Schaik koppelt biologische antropologie aan sociale evolutie en laat zien dat oorlog niet het gevolg is van menselijke natuur, maar van veranderde structuren in de samenleving. Zijn betoog biedt hoop: als oorlog niet genetisch vastligt, is vrede een realistische keuze — mits ongelijkheid en machtsmisbruik worden ingeperkt.
Bronvermelding (APA 7):
Spiering, H. (2025, 16 oktober). Carel van Schaik: “Oorlog is niet aangeboren, maar het gevolg van omstandigheden”. NRC.
Gebaseerd op: Van Schaik, C., Michel, K., & Meller, H. (2025). Waarom we vrede willen maar oorlog voeren: Een geschiedenis van de mensheid. Amsterdam: Uitgeverij Balans.
⚖️ Kernverschil tussen Van Schaik en Van Vugt over geweld en oorlog
| Aspect | Carel van Schaik | Mark van Vugt |
|---|---|---|
| Basisstelling | Oorlog is niet aangeboren; het is een sociaal-culturele uitvinding die pas ontstond bij landbouw, machtsstructuren en ongelijkheid. | Geweld en conflicten zijn evolutionair ingebed in de menselijke soort; competitie tussen groepen heeft adaptieve voordelen gehad. |
| Schaalniveau van geweld | Alleen kleinschalige ruzies of persoonlijke conflicten bij jager-verzamelaars; geen georganiseerde oorlogen. | Wel degelijk intergroepsconflicten bij jager-verzamelaars, maar van beperkte schaal (rooftochten, wraakacties, rivaliteit om vrouwen of voedsel). |
| Biologische verklaring | Geen genetisch determinisme voor oorlog; wel een aangeboren weerzin om te doden. Manipulatie door elites nodig om mensen te laten vechten. | Coalitionele agressie is deels biologisch: samenwerking tussen mannen om rivaliserende groepen te bestrijden verhoogde overlevingskansen en status. |
| Vergelijking met dieren | Verwijst naar chimpansees om te tonen dat geweld contextafhankelijk is (alleen bij overmacht). Mensen hebben grotere neiging tot vreedzaam contact. | Gebruikt dezelfde chimpanseestudies om te stellen dat coalitie-oorlogvoering al een evolutionaire wortel heeft (cf. Wrangham’s “coalitional psychology”). |
| Functie van geweld | Geen adaptieve functie; oorlog is systeemproduct van macht, hiërarchie en propaganda. | Geweld kon een selectief voordeel opleveren: toegang tot middelen, vrouwen en status — vooral voor mannelijke coalities. |
| Mensbeeld | De mens is in wezen samenwerkend en vreedzaam, tenzij structuren hem corrumperen. | De mens is coöperatief binnen de groep, maar competitief tegenover buitenstaanders (ingroup/outgroup-mechanisme). |
| Normatief uitgangspunt | Hoopvol: vrede is mogelijk door omstandigheden te veranderen. | Realistischer/pessimistischer: competitie tussen groepen is een blijvend element van menselijke natuur. |
🧩 Mogelijke synthese
Je vermoeden klopt:
Van Vugt ziet meer aanleiding voor geweld in oude culturen, maar dat betreft kleinschalige groepsconflicten, geen georganiseerde oorlogen met legers of staten.
In die zin vullen ze elkaar deels aan:
- Van Schaik benadrukt dat oorlog (georganiseerd, collectief, politiek) pas later ontstaat.
- Van Vugt richt zich op agressie en rivaliteit (kleinschalig, sociaal, coalitioneel) die evolutionair ouder is.
Het verschil ligt dus in definitie en schaal:
→ Van Vugt: geweld is oud en natuurlijk.
→ Van Schaik: oorlog is nieuw en cultureel.
📚 Bronnen en verwijzingen
- Van Schaik, C., Michel, K., & Meller, H. (2025). Waarom we vrede willen maar oorlog voeren. Amsterdam: Balans.
- Van Vugt, M., & Ahuja, A. (2010). Naturally Selected: The Evolutionary Science of Leadership. HarperCollins.
- Van Vugt, M., & Schaller, M. (2008). Evolutionary approaches to group dynamics: An introduction. Group Dynamics: Theory, Research, and Practice, 12(1), 1–6.
- Wrangham, R. (2019). The Goodness Paradox: The Strange Relationship Between Virtue and Violence in Human Evolution. Vintage.
Waarom mensen niet massaal en meteen in opstand komen
- Collective-action-probleem (free-rider)
Protesteren en organiseren kost tijd, risico en middelen. Veel mensen denken: “Anderen zullen het wel doen” — dus niemand neemt de eerste grote stap. Individuele kosten kunnen hoog zijn, individuele baten laag of onzichtbaar. - Repressie-en-dwang
Staten en machthebbers bouwen veiligheidsapparaten (politie, leger, geheime diensten). Het risico op arrestatie, geweld, ontslag of boetes dempt bereidheid om publiek te verzetten. - Informatie-asymmetrie en propaganda
Leiders beheersen vaak de informatie: censuur, desinformatie, framing (we worden bedreigd — we moeten samenstaan). Mensen hebben geen betrouwbaar beeld van alternatieven of van hoeveel anderen ook ontevreden zijn. - Sociale druk, conformiteit en pluralistic ignorance
Mensen overschatten vaak hoeveel anderen het eens zijn met de leider. Iedereen denkt “ik ben de enige die het niet goed vindt”, dus niemand spreekt zich uit — dat heet pluralistic ignorance. Sociale straf (uitsluiting) speelt ook mee. - Economische afhankelijkheid en clientelisme
In ongelijkere samenlevingen heeft een grote groep directe materiële afhankelijkheden van de staat of elites (banen, uitkeringen, toewijzingen). Die afhankelijke groep heeft weinig prikkels voor destabilisatie. - Sunk-costs, loss aversion en bedreigde status quo
Mensen zijn verlies-avers: het risico dat goederen, veiligheid of levensstandaard verslechteren, weegt zwaarder dan de potentiële winst van regimewissel. “Beter een slechte vrede dan een onzekere strijd.” - Moral framing en ontmenselijking
Leiders creëren morele rechtvaardigingen: de vijand is een bedreiging/monster (ontmenselijking) en tegenstanders worden als gevaarlijk of ‘vijandig’ voorgesteld, wat verzet maatschappelijk onaanvaardbaar maakt. - Elite-coöptatie en verdeeldheid
Als machtssferen (ondernemers, lokale elites, kerk, vakbonden) verdeeld of gecoöpteerd zijn, ontbreekt de elite-defectie die vaak nodig is om een leider te verzwakken. - Psychologie van gehoorzaamheid en autoriteit
Mensen volgen autoriteit (Milgram-effect), zeker onder dreiging en wanneer de autoriteit routines en rituelen rondom legimitatie aanbiedt (vlag, uniformen, ceremonies). - Gebrek aan organisatie en leiderschap
Spontane onvrede leidt niet automatisch tot effectieve coördinatie. Succesvolle bewegingen hebben leiders, netwerken, middelen en tactische capaciteiten nodig.
Wat leiders doen om weerstand te voorkomen of te breken
- Framing en narratieven (dreiging, patriottisme, “we are under attack”)
- Controleren van media & informatie (censuur, trollen, propaganda)
- Clientelisme & geldstromen (koop steun, deel privileges)
- Selectieve repressie (target opponents; intimidatie zonder massale terugslag)
- Delingen creëren (etnische, religieuze, regionale tegenstellingen uitspelen)
- Win-win voor elite (coöptatie van invloedrijke groepen zodat zij het regime steunen)
Wanneer en hoe wél weerstand lukt — wat verandert de som?
- Elite-defectie — wanneer delen van het regime, leger of economische elite afhaken, valt legitimiteit en repressievermogen weg. Dat is vaak beslissend.
- Massale, zichtbare ontevredenheid — zodra grote aantallen mensen publiek en samenkomen, verandert pluralistic ignorance: mensen zien dat ze niet alleen zijn en durven zich aan te sluiten.
- Coherente organisaties & strategieën — vakbonden, kerken, studentengroepen, NGO’s en netwerkvorming (ook digitaal) maken coördinatie mogelijk.
- Internationale druk en sancties — externe economische of politieke druk kan machthebbers verzwakken.
- Veerkrachtige communicatienetwerken — alternatieve media, veilige communicatie en symbolen die mensen verbinden.
- Morele autoriteit & narratief — geloofwaardige alternatieve leiders en verhalen die legitimiteit kunnen overnemen (bijv. “niet meer voor ons” i.p.v. “we moeten vechten”).
Praktische observatie (kort)
- Mensen voelen vaak wél weerstand, maar die wordt gefractioneerd, geïnternaliseerd of overgenomen door narratieven.
- Het is dus níet zo dat mensen passief zijn omdat ze het “niet erg vinden” — vaker: de drempels (risico, gebrek aan informatie, onderdrukking, economische prikkels) zijn simpelweg te hoog om collectieve actie op gang te brengen.
- Daarom is oorlog “gemakkelijk” voor leiders die vooraf instituties, propaganda en relaties hebben opgebouwd die protesten onderdrukken of neutraliseren.
Conclusie
De paradox die je ziet — sterke weerzin bij individuen maar toch veel oorlogen — wordt verklaard door de mismatch tussen individuele voorkeuren en collectieve capaciteit om te handelen. Leiders kunnen van die mismatch profiteren: ze scheppen de voorwaarden (propaganda, ongelijkheid, coöptatie, repressie) waardoor die individuele weerzin niet leidt tot effectieve collectieve weerstand.