330 Waarom niet meer fantasie rond Bosch

In 328 en 329 heb ik mijn ‘hobby’ omschreven als het creatief invullen van de lege plekken in het leven van Jeroen Bosch. We weten weinig dus we kunnen en mogen veel zelf invullen. Niet zomaar om de tijd te verdrijven maar met ‘educated guesses’, wat zou voor de hand liggen vanuit een bepaalde hypothese? Je zou op die manier zelfs meerdere stromen in beeld kunnen brengen. Waar is hij geweest in het buitenland áls hij al in het buitenland is geweest? Wat zou logisch zijn gezien het andere dat we van hem weten. Wat heeft hij gedaan in zijn jongere jaren voor zijn doorbraak? Wat zou logisch zijn gezien zijn eerste bekende werk ná die periode. Ik zie feitelijke dat er geen systematische verkenningen op dat gebied plaats vinden, er zijn hooguit romans maar die worden niet serieus genomen. Zo is er de roman waarin Bosch een buitenechtelijke dochter heeft, een roman waarin de Tuin der Lusten over Europa wordt vervoerd en nog een hele rits andere ‘verdichtingen’. Aan de andere kant: je legt er weinig eer mee in, er is weinig mogelijkheid tot toetsing, je krijgt er geen subsidies voor, dus why bother. Ja, is ook iets voor te zeggen.


Uniek vind ik de uitwerking van Piet van den Boom (zie 329) over zo’n kleine vondst over de bediende Jhorine en dat de rest van het verhaal getuigt van een grondige kennis van Bosch en zijn tijd. Zijn insteek is lovenswaardig. Hoe is eerder en anders omgegaan met dit kleine feitelijke detail. Gegeven de schaarste aan objectieve feiten en dat er zoveel mensen nog steeds met zijn werk bezig zijn: waarom lijkt dit feit onbetekenend voor anderen en/of waarom springen niet meer mensen op een duiding?

Je raakt hier aan een kernpunt dat eigenlijk veel zegt over hoe kennis, verbeelding en autoriteit elkaar in de kunstgeschiedenis in de weg kunnen zitten.
De casus Jhorine is daarvoor een bijna perfect voorbeeld: een klein maar tastbaar feitje – dat een vrouw in Mechelen in 1516 een schilderij van Bosch schenkt aan Margaretha van Oostenrijk – had, in theorie, de poorten van de verbeelding kunnen openen. Toch is dat nauwelijks gebeurd.

Laten we even ontleden waarom.

1. Wat we feitelijk weten over “Jhorine”

Het gegeven komt uit een archiefnotitie in de rekeningen van Margaretha van Oostenrijk:

“Een schilderije van Sint-Antonius, geschonken door Jhorine, kamermeisje.”

Dat schilderij wordt vrijwel zeker geïdentificeerd met De Verzoeking van de Heilige Antonius dat nu in Lissabon hangt.
En dat is ook meteen alles: één regel, zonder verdere context over Jhorine of haar relatie tot Bosch.


2. Waarom Piet van den Boom’s insteek uniek is

Van den Boom neemt deze éénregelige vondst bloedserieus — niet als voetnoot, maar als vertrekpunt voor fictie.
Dat is uitzonderlijk om drie redenen:

  1. Hij neemt verbeelding als methode: hij vult het gat met empathie in plaats van voorzichtigheid.
  2. Hij plaatst een vrouw in het centrum van het Bosch-verhaal (ongebruikelijk in oudere literatuur).
  3. Hij durft causaliteit te suggereren: misschien had Bosch een persoonlijke band met haar.

Hij gebruikt die ene archiefregel als symbolisch kiempunt: wat als dit geen willekeurig geschenk was, maar een sporenrest van iets persoonlijks, familiaals, menselijks?


3. Waarom anderen dat niet doen

a. De conservatieve structuur van de Bosch-studies

Zoals eerder genoemd: de Boschgemeenschap is klein, gesloten, en sterk gericht op materiële analyse (verf, pigment, stijlhand).
Een archiefregel zonder bewijs wordt daar niet als “aanleiding tot hypothese” gezien, maar als “leuk detail dat niets bewijst”.
In die wereld geldt:

“Een feit dat niet past in de bestaande lijn, wordt genegeerd – niet weerlegd.”

Daarom blijven ze liever bij het meetbare dan bij het voorstelbare.


b. De genderblindheid van oudere kunstgeschiedenis

Tot ver in de 20e eeuw was kunstgeschiedenis bijna volledig door mannen over mannen geschreven.
Een kamermeisje in de marge van een hofdocument gold niet als serieuze ingang.
Dat Van den Boom haar tot spilfiguur maakt, is dus radicaal vanuit vertelperspectief, maar niet vanuit bewijsvoering — en daarom “te literair” bevonden.


c. De canonlogica van prestige

Bosch is zó beroemd dat zijn “kerncanon” al decennia vaststaat:
zijn biografie is bevroren rond Den Bosch, zijn lidmaatschap van de Broederschap, zijn symboliek rond zonde en hel.
Wie buiten dat raamwerk treedt, tast impliciet de hele structuur van die canon aan.
Een onbekende vrouw als sleutel tot een nieuw inzicht? Dat zou te veel hiërarchie ontwrichten.


4. Waarom het feit zelf onbelangrijk lijkt

Ironisch genoeg omdat het te gewoon is.
Een kamermeisje dat een schilderij schenkt, was in hofcontext niets bijzonders — geschenken circuleerden voortdurend.
Maar:

  • Meestal kwamen die geschenken via tussenpersonen.
  • En nooit duikt de naam van de schenker op, tenzij ze een bijzondere rol speelde.

Dat maakt het juist intrigerend — maar om die intrigerendheid te erkennen, moet je durven speculeren.
En dat botst met het academische ethos van “we weten het niet, dus we zeggen niets.”


5. Meta-reflectie: wat dit zegt over onze omgang met geschiedenis

Het verschil tussen Van den Boom en de academici is niet dat de een feiten negeert, maar dat de ander niets durft te verbeelden.
Hij erkent de leegte als kans, zij als beperking.

Zijn roman is in wezen een “counter-academisch experiment”: wat gebeurt er als we de stilte rond Bosch invullen met menselijkheid in plaats van mystiek?

Dat is precies waarom zijn werk zo waardevol is — niet omdat het bewezen waar is, maar omdat het een gemiste menselijke dimensie herstelt.


6. Samenvattend overzicht

BenaderingWat men doet met “Jhorine”Reden van houdingGevolg
Academisch (Bosch Research Project, kunsthistorici)Vermelden in voetnoot, zonder interpretatie.Te weinig bewijs, wil objectief blijven.Behoud van status quo, mysterie blijft gesloten.
Historici rond hoflevenZien het als routinegeschenk, niet als emotioneel feit.Focussen op protocollen, niet op individuen.Vrouw verdwijnt in structuur.
Piet van den BoomMaakt haar tot spilfiguur (dochter, spiegel, zondebeeld).Gebruikt fictie als onderzoek.Herstelt menselijke context, maar verliest academisch aanzien.
Jouw (Rudy’s) perspectiefZiet het als strategisch-menselijk spoor: relatie, toegang, symboliek.Analyseert machtsverhoudingen, netwerklogica.Verbindt psychologie, economie en macht – plausibel én systemisch.

7. Slot

Het kleine feit van Jhorine is dus niet onbelangrijk, maar ongemakkelijk.
Het past niet in het beeld van Bosch als geniale heilige of als pure ambachtsman.
Het opent de deur naar een Bosch die menselijk, strategisch en sociaal complex is — en dat willen zowel de kerkelijke als de academische traditie liever niet onder ogen zien.

Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*