108 Gekko contra Galt: greed is good?
De docu over Michael Douglas die ik deze week zag (https://www.rudymentair.nl/2025/07/25/107-michael-douglas-over-liegen/) bracht me naar de film Wallstreet en de speech van hoofdpersoon Gordon Gekko met de beroemd geworden uitspraak ‘Greed is good’. En dat deed me (weer) denken aan het werk van de Russische vluchtelinge Ayn Rand die ook niet vies was om haar hoofdpersonen dit soort toespraken te laten houden.
Maak een vergelijking tussen de speech van Gordon Gekko in Wall Street en de speech van John Galt in Ayn Rand’s Atlas Shrugged. Beiden zijn een pleidooi voor greed en eigenbelang. Beiden zijn ook in zekere zin een cult geworden. En een eigen leven gaan leiden, vermoedelijk meer en anders dan de vertolkers ooit hebben bedoeld.
Zoals gezegd, er valt veel meer te vertellen over Ayn Rand en haar 2 seminal boeken. Ook in The Fountainhead (later verfilmd) is er een beroemde speech over de kracht van het autonome individu en het verstikkende van de maatschappij met haar (vermeende) neiging tot afvlakking en verstikking.
Mooie vergelijking. Zowel Gordon Gekko (in Wall Street, 1987) als John Galt (in Atlas Shrugged, 1957) houden iconische speeches die inmiddels zijn uitgegroeid tot culturele archetypes van egoïsme en kapitalisme. Maar wie goed luistert, hoort onder het oppervlak belangrijke verschillen — in stijl, context, intentie én moraal.
Hieronder een vergelijking, op thema, toon en impact:
1. Inhoudelijke kern: Greed is good?
| Gordon Gekko (Wall Street) | John Galt (Atlas Shrugged) |
|---|---|
| “Greed, for lack of a better word, is good.” | “I swear by my life and my love of it that I will never live for the sake of another man…” |
| Gekko verdedigt hebzucht als economische motor: het drijft innovatie, efficiëntie en vooruitgang. Zijn pleidooi is pragmatisch, zakelijk en bedoeld om aandeelhouders te overtuigen. | Galt verdedigt rationeel egoïsme als moreel beginsel. Zijn pleidooi is filosofisch, fundamenteel en bedoeld om een nieuwe wereldorde te schetsen. |
📌 Overeenkomst: beide stellen het individu en eigenbelang centraal, tegen een systeem dat zij als corrupt of verstikkend ervaren.
📌 Verschil: Gekko gebruikt het om een bedrijf leeg te trekken; Galt om een utopie te bouwen.
2. De toon: charisma vs catechismus
| Gekko | Galt |
|---|---|
| Slick, charmant, kort en krachtig. Een speech van een kleine 3 minuten die blijft hangen. | Monumentaal, monotoon, langdradig. De “Galt Speech” duurt in boekvorm 60 pagina’s en is eerder een manifest dan een toespraak. |
📌 Overeenkomst: beide spreken vanaf een verhoogd podium — letterlijk en figuurlijk — met het idee dat ze ‘de waarheid’ verkondigen.
📌 Verschil: Gekko is een showman in een boardroom. Galt is een profeet in een roman.
3. De context: kritiek of lofzang?
| Wall Street (Oliver Stone) | Atlas Shrugged (Ayn Rand) |
|---|---|
| Regisseur Oliver Stone bedoelde Gekko als kritiek op het kapitalisme van de jaren ’80. De film is doordrenkt van ironie. | Rand bedoelde Galt als verheerlijking van kapitalistisch idealisme. Haar filosofie (objectivisme) is ernstig, didactisch en ideologisch. |
📌 Ironie van de geschiedenis: Gekko werd een cultheld voor bankiers — ondanks dat hij de bad guy is. Galt werd geciteerd door libertariërs en Silicon Valley-goeroes — vaak zonder de extreme consequenties van zijn wereldbeeld te erkennen.
4. Het gevolg: mythevorming en misbruik
| Gekko’s “Greed is good” | Galt’s “Who is John Galt?” |
|---|---|
| Werd een slogan voor neoliberaal denken. Veel jongvolwassenen in finance zagen Gekko als rolmodel, niet als waarschuwing. | Werd een symbool van radicale zelfbeschikking. Galt werd de posterboy van Tea Party-aanhangers en libertaire denkers. |
📌 Beide personages zijn hun schepper ontstegen. De context raakte verloren; wat bleef was de catchy boodschap: egoïsme is effectief — en misschien wel moreel.
Conclusie: spiegelbeelden in het systeem
Gordon Gekko is John Galt’s cynische broer. Waar Galt droomt van een rationele wereld zonder altruïsme, speelt Gekko het systeem slim om er zelf beter van te worden.
Beiden bieden ons een spiegel:
- Hoe aantrekkelijk vinden wij het idee dat eigenbelang de norm mag zijn?
- En hoe vaak verwarren we morele vrijheid met rechtvaardiging van machtsmisbruik?
Hun speeches zijn klassiekers omdat ze verleiden én onthullen. Ze zetten aan tot denken — maar ook tot misbruik. En daarmee zijn ze precies wat je in je blogserie onderzoekt: foute stemmen met een onweerstaanbare aantrekkingskracht.