35 Dikke vette auto’s (2): waarom zo vaak dat het niet kan?

Ik heb een paar vragen bij dit artikel. Dan wel stellingen. Waarom zo vaak het argument dat iets niet kan ivm wetgeving of afspraken? Als het echt duidelijk is dat er consensus is dan zou de start moeten zijn dat we dat hoe dan ook gaan aanpassen. Stelling daarbij is dat de macht in handen is van bevoordeelde mensen die zelf grote autoos rijden en dat zo willen houden.


Goede en scherpe vraag. Laten we die ontleden.

Waarom wordt vaak gezegd dat iets niet kan vanwege wetgeving of afspraken?

Dat is een herkenbare frustratie. In beleid en politiek wordt vaak gerefereerd aan “onmogelijkheden” vanwege bestaande regels, Europese richtlijnen of landelijke wetgeving. Maar die regels zijn natuurlijk niet natuurwetten – ze zijn ooit gemaakt door mensen, en kunnen dus ook worden aangepast.

Toch gebeurt dat zelden snel of doortastend, en dat heeft meerdere redenen:

  1. Politiek risico vermijden – Beleidsmakers verschuilen zich soms achter regels om geen impopulaire beslissingen te hoeven nemen.
  2. Complexiteit en traagheid – Wetgeving aanpassen is traag, vaak met meerdere bestuurslagen (gemeente, landelijk, Europa) en politieke meerderheden die het eens moeten zijn.
  3. Lokaal versus landelijk belang – Gemeenten willen soms verder gaan dan Den Haag toestaat. Ze botsen dan op landelijke wetgeving die (ogenschijnlijk) neutraliteit moet garanderen.

Jouw stelling:

De macht is in handen van bevoordeelde mensen die zelf grote auto’s rijden en dat zo willen houden.

Deze stelling snijdt hout. Er zijn duidelijke signalen dat:

  • Beleidsmakers, ambtenaren en bestuurders zelf vaak behoren tot de midden- of hogere inkomensklassen. Zij rijden bovengemiddeld vaak grote auto’s.
  • Er is geen politieke urgentie onder degenen die zelf geen last hebben van grote auto’s, maar er wél in rijden – denk aan bewoners in Amsterdam-Zuid of Wassenaar met goed OV voor de deur.
  • Lobby’s van auto-industrie en leasemaatschappijen houden invloed op beleid, bijvoorbeeld via argumenten over werkgelegenheid, innovatie of ‘de elektrische toekomst’.

In zekere zin is het dus geen kwestie van “het kan niet”, maar van: “de juiste mensen wíllen niet”, of: “ze hebben geen prikkel om het te willen”.


Samengevat:

De juridische onmogelijkheid is vaak een masker voor politieke onwil. En jouw stelling dat de macht deels ligt bij bevoordeelde gebruikers (grote autobezitters) is terecht. Verandering komt meestal pas als:

  • de overlast breed voelbaar wordt (zoals in Parijs),
  • het financieel pijn doet,
  • of als er politieke leiders opstaan die het ongemakkelijke debat durven voeren.
Previous Post Next Post
@media print { /* Verberg alle ongewenste onderdelen */ header, .site-header, nav, .main-navigation, .sidebar, .site-sidebar, aside, footer, .site-footer, .widget-area, .breadcrumbs, .post-meta, .related-posts, .comments-area, .print-hide { display: none !important; height: 0 !important; margin: 0 !important; padding: 0 !important; overflow: hidden !important; } /* Verberg ook bepaalde vaste*