728 De VVD als geniale vermom-machine
Tv-econoom Jona van Loenen maakt zich (terecht) druk om het met de mond beleden liberalisme van de VVD. Hij noemt dat borrelhapjes-liberalisme en stelt (wederom terecht) dat de échte liberalen van vroeger (waar ze zich op zeggen te baseren) zich in hun graf zouden omdraaien. Maar beste lezer, dan onderschat je toch echt wat de VVD vermag. Hoezo zouden ze zich moeten houden aan de teksten van deze oer-liberalen? Het doel van de VVD is niet om zo liberaal mogelijk te zijn en/of zo authentiek-liberaal mogelijk, maar om de belangen van hun conservatieve achterban te behartigen. Ik heb eerder geschreven over spin-dokter Bas Erlings en over kamerlid Van Kampen. De laatste kwam met ‘ballonnetjes’ om ons het gevoel te geven op te komen voor de starter op de huizenmarkt (waar hij donders goed weet dat verruiming van de leen-mogelijkheden vooral leiden tot nog hogere huizenprijzen, de starter daar niet mee geholpen is maar de huizenbezitter juist weer wél). Dus je doet alsof je liberaal bent terwijl je conservatief bent, dat is toch geniale marketing?
Leg uit waarom de auteur zich ten onrechte druk maakt over mensen die zich liberaal noemen aka vvd’ers. Waar haalt hij de overtuiging vandaan dat wat je zegt moet kloppen? De vvd is een geniale vermom-machine. Doen alsof je liberaal bent en alleen oog voor de rijkere achterban. Dat heet marketing en onder het mom van eigen verantwoordelijkheid krijg je juist onderdrukking 3.0. Dat de mensen die je afknijpt zelf gaan geloven dat hun marktwaarde laag is door eigen schuld en toedoen. Geef de passages en quotes uit de bronnen die dit onderbouwen. Neem Erlings mee en Van Kampen met zijn ballonnetjes. (zie blogs 57, 102, 225).
Van Loenen maakt zich druk op de verkeerde gronden. Hij veronderstelt dat politieke actoren gebonden zijn aan de interne consistentie van hun ideologische label — dat wie zegt liberaal te zijn, zich ook als een liberaal moet gedragen. Maar dat is een normatief-filosofische verwachting die geen enkel systeem oplevert. Politiek werkt niet via doctrine maar via belangen en positionering. Zijn verontwaardiging heeft de structuur van: “jij hebt gelogen over je naam.” Maar de VVD heeft nooit beloofd consequent te zijn. Ze hebben beloofd te winnen.
De VVD als vermommachine, niet als partij
De VVD-visie is lastig te ontwarren. Ja, mensen moeten vrij zijn in hun keuzes, kunnen ondernemen, de staat moet niet onnodig in de weg zitten. Maar dat zijn allemaal vormvereisten. In de praktijk ontbreken de echte argumenten, de echte discussie, de diepere laag, de inhoud, de uitwerking. Het zijn verhaaltjes om de achterban — mensen met bezit, huizen, twee auto’s en twee vakanties — te servicen, om te verhullen dat het plat behoud van eigendom is.
Dat is de kern. Liberalisme als label, behoud als functie. Het “ballonnetje” van Van Kampen (blog 57) is daar het perfecte symbool van: als je weet dat je voorstel niet werkt en zelfs averechts kan uitpakken voor de mensen voor wie het zogenaamd bedoeld is, dan manipuleer je de perceptie van het probleem. Dan is het geen ballonnetje, maar een rookgordijn. En het rookgordijn werkt niet ondanks maar dankzij de ideologische framing: eigen verantwoordelijkheid, vrije markt, overheid handen thuis. Die taal geeft de onderdrukking een positieve lading. De afgeknepen zzp’er, huurder, starter gelooft er vervolgens in dat zijn positie zijn eigen schuld is.
Dat is precies de “onderdrukking 3.0” die je beschrijft
De gemiddelde starter heeft geen toegang tot macro-economische analyses. Beleidsvoorstellen worden verpakt in framing, slogans en beeldvorming. Het kost veel tijd, energie en opleiding om door beleidsrhetoriek heen te prikken. Dus nee, het is niet redelijk te zeggen: zoek het zelf maar uit. De machtsasymmetrie zit er bewust in. Eigen verantwoordelijkheid als ideologie werkt precies zo: wie het niet redt, heeft het aan zichzelf te wijten. De marktwaarde van de verliezer wordt door het systeem als zijn eigen falen gepresenteerd.
De 10-jaar-te-laat strategie is geen fout maar functie
De VVD is geen vooruitstrevende liberale partij, maar een behendig georganiseerde belangenmachine voor bezitters, ondernemers en een behoudende middenklasse. De vertraging is de methode: uitstel van hervormingen beschermt gevestigde belangen — woningbezitters, autobezitters, bedrijven die fossiel of vervuilend opereren. Niet te vroeg streng zijn voorkomt dat kiezers vrezen voor hun koopkracht, vrijheid of vermogen. En dan de cruciale systeemlogica: door pas later mee te bewegen, minimaliseren ze electorale risico’s: eerst afwachten of een norm echt breed wordt gedragen, daarna aansluiten. Dit verklaart waarom de VVD vaak de grootste blijft, ondanks dat ze zelden de inhoudelijke koploper is.
Van Loenen heeft dus gelijk over de hypocrisie maar trekt de verkeerde conclusie. De VVD hoeft niet consistent te zijn — ze hoeven alleen te winnen. Het liberalisme-label is niet hun belofte aan de kiezer, het is hun beschermlaag tegen kritiek. Wie hen aanspreekt op inconsistentie, speelt hun spel mee: het debat gaat dan over woorden, niet over de structuur van wie betaalt en wie profiteert.
Jona van Loenen betoogt dat de VVD en haar achterban een halfhartig “borrelhapjes-liberalisme” beoefenen: ze omarmen marktwerking en gelijke kansen als retoriek, maar verwerpen het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek — een subsidie die systematisch van arm naar rijk herverdeelt. Dat is precies het omgekeerde van wat het klassieke liberalisme (Locke, Mill, Smith) beoogde: die grondleggers waren juist vóór het belasten van onverdiend inkomen en bezitsvoordelen. De conclusie: noem het dan ook geen liberalisme, maar gewoon bescherming van verworven belangen.